Zo’n 2,5 miljoen Nederlanders hebben een rechtsbijstandsverzekering. Veel rechtsbijstandsverzekeraars hanteren als uitgangspunt dat een verzekerde wordt geholpen door één van de juristen of advocaten die bij hen in dienst zijn. Op het moment dat een gerechtelijke procedure gestart dient te worden of tegen een verzekerde wordt gestart,  heeft de verzekerde twee (2) keuzes: hij kan zich bij laten staan door één van de juristen/advocaten in dienst van de rechtsbijstandsverzekeraar of hij kan zelf een (externe) advocaat inschakelen op kosten van zijn verzekeraar. Dit laatste is de vrije advocaatkeuze.

Om de verzekerde te beschermen zijn Europese richtlijnen opgesteld waaruit blijkt wanneer de verzekerde recht heeft op vrije advocaat keuze en de rechtsbijstandsverzekering dient te voorzien in een geschillenregeling. Nederland heeft de regels uit deze Europese richtlijnen verankerd in artikel 4:67 en 4:68 van de Wet op het financieel toezicht (WFT).

Artikel 4:67 Wet op het financieel toezicht (WFT) bepaalt dat de rechtsbijstand-verzekeraar ervoor dient te zorgen dat in de verzekeringsovereenkomst uitdrukkelijk wordt bepaald dat het de verzekeringnemer vrij staat een advocaat of een andere rechtens bevoegde deskundige te kiezen: (1) om zijn belangen in een gerechtelijke of administratieve procedure te verdedigen, te vertegenwoordigen of te behartigen; of (2) indien zich een belangenconflict voordoet.

Alleen in de gevallen uit artikel 4:67 Wet op het financieel toezicht (WFT) geldt een vrije advocaat keuze. Nu artikel 4:67 Wet op het financieel toezicht (WFT) is opgesteld op basis van Europese richtlijnen, is het aan het Europese Hof van Justitie om hier duidelijkheid over te verschaffen. Eerder al werd duidelijk dat het erop neer komt dat met een gerechtelijke of administratieve procedure doorgaans een procedure wordt bedoeld waarvoor (op basis van de wet) verplichte procesvertegenwoordiging geldt. In 2013 voegde het Europese Hof hieraan toe dat dat de vrije advocaat keuze ook geldt wanneer er geen verplichte procesvertegenwoordiging geldt. En in 2016 voegde het Europese Hof hieraan toe dat de vrije advocaat keuze niet alleen geldt voor procedures bij een rechterlijke instantie in eigenlijke zin (zoals de rechtbank of het gerechtshof), maar ook bij administratieve procedures bij een bestuursorgaan, zoals bij het UWV.

Op 14 mei 2020 heeft het Europese Hof van Justitie de vrije advocaat keuze nog verder verruimd, nadat hierover een prejudiciële vraag is gesteld door het Belgische Grondwettelijk Hof. Het Europese Hof maakte duidelijk dat elke fase die kan leiden tot een procedure bij een rechterlijke instantie, zelfs een voorafgaande fase, onder het begrip ‘gerechtelijke procedure’ valt.

Met de uitspraak van het Europese Hof van 14 mei 2020 wordt het recht op vrije advocaatkeuze aanzienlijk verruimd. Het Europese Hof heeft in deze uitspraak overwogen dat een verzekerde het recht op vrije advocaatkeuze heeft voor het buitengerechtelijke traject, oftewel de fase voorafgaand aan een (eventuele) juridische procedure. Dit recht op vrije advocaatkeuze bestond al ingeval er een procedure gevoerd moest worden. Een verzekerde mag dus zelf zijn advocaat in de arm nemen in een procedure en de rechtsbijstandverzekering moet zijn kosten vergoeden.

Het Europese Hof overweegt: “Elke fase die kan leiden tot een procedure bij een rechterlijke instantie, zelfs een voorafgaande fase, moet worden geacht onder het begrip “gerechtelijke procedure” te vallen in de zin van art. 201 van richtlijn 2009/138 te vallen”.

Een rechtsbijstand verzekerde heeft zodoende in iedere fase die kan leiden tot een procedure bij een rechterlijke instantie het recht op vrije advocaatkeuze op kosten van zijn rechtsbijstandsverzekeraar.


https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A62018CJ0667

Previous Story

Advocaat voor een second opinion?

Next Story

De rechtmatigheid van de ZW– en de faillissementsuitkering

Latest from Case Studies

ECLI:NL:CBB:2017:233

Taxivergunning: besluit tot intrekking Amsterdamse Taxxxivergunning na schorsing tot TTO. Onjuiste wettelijke grondslag. Geen toepassing bestuurlijke

ECLI:NL:CRVB:2017:2254

Uitspraak 15/5610 WW Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de