Digitale zorgtransformatie voltrekt zich in een tempo dat voor zorginstellingen, toezichthouders en marktpartijen zowel een strategische kans als een juridisch-operationele uitdaging vormt. De convergentie van telehealth, AI-gestuurde diagnostiek, interoperabele dataplatformen en hoogfrequente digitale declaraties creëert een nieuw zorgcontinuüm waarin de traditionele grenzen tussen klinische besluitvorming, administratieve processen en supply-chain-relaties vervagen. Binnen dit zich ontwikkelende digitale ecosysteem ontstaat een verhoogde blootstelling aan compliance-, governance- en aansprakelijkheidsrisico’s, die zonder robuuste beheersing kunnen escaleren tot aanzienlijke organisatorische, financiële en reputatieschade. De introductie van autonome of semi-autonome AI-systemen verandert bovendien de wijze waarop zorgprofessionals toezichthoudende verantwoordelijkheden vervullen, waardoor een herijking van governance-modellen en interne controlestructuren noodzakelijk wordt.
De complexiteit neemt verder toe door de gelijktijdige werking van regelgevingskaders zoals de AVG, de MDR en de AI Act, die elk specifieke verplichtingen opleggen ten aanzien van datakwaliteit, transparantie, algoritmische uitlegbaarheid, lifecycle-management en klinische validatie. Digitale platformen veranderen het risicoprofiel zodanig dat traditionele contractuele verhoudingen tussen zorgaanbieders, softwareleveranciers en ketenpartners ontoereikend worden, waardoor gedetailleerde afspraken over verantwoordelijkheidsverdeling, risicodeling en continuïteitswaarborgen noodzakelijk zijn. Binnen deze context ontwikkelen compliance-incidenten zich niet langer lineair, maar vertonen zij een systemisch karakter waarbij één enkele kwetsbaarheid—of deze nu betrekking heeft op dataverwerking, algoritmische logica of leveranciersketens—zich snel kan uitbreiden tot een brede governance-crisis.
Frauderisico’s bij digitale declaraties of AI-gestuurde beslismodellen zonder adequate controlemechanismen
Digitale declaratieprocessen en AI-gestuurde beslismodellen genereren een aanzienlijk fraudepotentieel wanneer validatie-, audit- en verificatiestructuren onvoldoende zijn ingericht. Een digitaal declaratie-ecosysteem dat grote volumes verwerkt creëert een omgeving waarin subtiele afwijkingen in datastromen, coderingslogica of geautomatiseerde beslisbomen zich ongemerkt kunnen opstapelen. Zonder diepgaande datamonitoring en algoritmische kalibratie blijven foutieve of onrechtmatige declaraties mogelijk onopgemerkt, waardoor het risico toeneemt dat dergelijke afwijkingen evolueren tot patronen van structurele non-compliance met de AVG, onder meer doordat datasets zonder rechtmatige grondslag worden verwerkt of gedeeld.
Wanneer AI-toepassingen worden ingezet voor medische indicatiestelling of zorgtoewijzing verschuift het frauderisico van louter financiële manipulatie naar een combinatie van algoritmische vertekening, datamanipulatie en onjuiste automatisering van beslisprocessen. Algoritmen die worden gevoed met onvolledige of oneigenlijke gegevens kunnen—zonder voldoende menselijke toezichtslagen—ongeoorloofde indicaties genereren die leiden tot declarabele zorg zonder medische legitimatie. Hierdoor ontstaat een reëel risico dat zorgaanbieders indirect voordeel ontlenen aan onrechtmatige declaratietrends die voortvloeien uit niet-gevalideerde digitale systemen, wat resulteert in een verhoogde blootstelling aan financiële sancties, civiele claims en corrigerende maatregelen van toezichthouders.
Binnen AI-gedreven declaratieketens doet zich daarnaast het risico van ‘function creep’ voor, waarbij systeemfunctionaliteiten zich onbedoeld uitbreiden naar domeinen waarvoor geen juridische grondslag bestaat. Zodra een digitaal systeem declaratierelevante informatie begint te correleren met patiëntgegevens buiten het oorspronkelijke doel, ontstaat directe non-compliance met de AVG en daarmee een aanzienlijke handhavingsdreiging. Governance-structuren moeten daarom niet alleen toezien op financiële rechtmatigheid maar ook op stringente begrenzing van algoritmische autonomie binnen vooraf gedefinieerde juridische kaders.
Corruptie- en omkopingsrisico’s bij selectie van technologiepartners en softwareleveranciers voor digitale zorgtoepassingen
De selectie van technologiepartners binnen digitale zorgtransformatie gaat gepaard met verhoogde corruptierisico’s doordat besluitvorming vaak plaatsvindt in een context van technische asymmetrie en informatieongelijkheid. Wanneer beslissers afhankelijk zijn van de expertise of interpretaties van leveranciers ontstaat een omgeving waarin ongeoorloofde beïnvloeding kan plaatsvinden, bijvoorbeeld in de vorm van niet-transparante incentives, preferente demonstraties of buitensporige commerciële aanbiedingen die de objectiviteit van het selectieproces aantasten. In een sector waarin kritieke systemen, data-integriteit en patiëntveiligheid centraal staan, vormt elke vorm van ongepaste beïnvloeding een directe schending van governance-normen en anticorruptiewetgeving.
Digitale zorgcontracten kenmerken zich doorgaans door langdurige looptijden en complexe integraties, waardoor technologiepartners een diepgaande operationele invloed verkrijgen op klinische workflows, dataverwerking en strategische besluitvorming. Deze langdurige afhankelijkheid vergroot het risico dat beslissers opnieuw worden blootgesteld aan subtiele vormen van omkoping of belangenverstrengeling, bijvoorbeeld wanneer leveranciers toegang verschaffen tot exclusieve analysetools, opleidingsprogramma’s of advisering zonder marktconforme voorwaarden. Dergelijke constructies kunnen worden beschouwd als indirecte ongeoorloofde voordelen die de integriteit van besluitvormingsprocessen onder druk zetten en het risico vergroten dat commerciële belangen zwaarder gaan wegen dan zorginhoudelijke criteria.
Een bijkomende risicofactor is de globalisering van softwareontwikkeling, waardoor organisaties technologiepartners kunnen betrekken uit jurisdicties met afwijkende governance-, integriteits- of corruptienormen. Dit kan ertoe leiden dat onderdelen van de digitale waardeketen worden blootgesteld aan extraterritoriale anticorruptieregels, met als gevolg dat zelfs beperkte interacties met risicoleveranciers kunnen leiden tot handhavingsacties door buitenlandse autoriteiten. Governance-structuren dienen daarom diepgaande integriteits-due-diligence te implementeren, inclusief uitgebreide screenings van eigendomsstructuren, compliance-geschiedenis en supply-chain-integriteit.
Beschuldigingen van financieel wanbeheer bij onvoldoende gevalideerde digitale investeringen in telehealth of AI-diagnostiek
Digitale investeringen in telehealth en AI-gestuurde diagnostiek worden gekenmerkt door hoge complexiteit, substantiële kapitaalbehoefte en beperkte voorspelbaarheid van de langetermijnwaarde. Wanneer investeringsbeslissingen niet adequaat worden onderbouwd met technische en klinische validatie ontstaat een directe blootstelling aan beschuldigingen van financieel wanbeheer. De aanschaf van een telehealth-platform zonder gedocumenteerde risicoanalyse, implementatie-evaluatie of interoperabiliteitsbeoordeling kan resulteren in budgetoverschrijdingen, inefficiënte ingebruikname en uiteindelijk beëindiging van het systeem. Zulke uitkomsten worden vaak geïnterpreteerd als nalatigheid binnen financiële governance-structuren.
AI-gebaseerde diagnostiek brengt aanvullende risico’s met zich mee doordat de waarde van dergelijke systemen in hoge mate afhankelijk is van datakwaliteit, algoritmische nauwkeurigheid en schaalbaarheid. Een systeem dat onvoldoende klinisch gevalideerd is, kan niet alleen foutieve diagnostische suggesties genereren maar ook aanzienlijke investeringsvolumes koppelen aan technologieën die niet voldoen aan wettelijke of kwaliteitsnormen. Dit creëert een reële kans dat interne of externe stakeholders verwijten uiten over mismanagement, vooral wanneer besluitvormingsdocumentatie geen inzicht biedt in de uitgevoerde due-diligence.
Financieel wanbeheer kan zich eveneens manifesteren wanneer organisaties de volledige lifecycle-kosten van digitale zorgsystemen onvoldoende in kaart brengen. Onvolledige kostenramingen voor onderhoud, updates, datamigratie en aanvullende compliance-maatregelen leiden vaak tot structurele budgettaire tekorten. In dergelijke situaties kan worden geoordeeld dat bestuurders hebben gehandeld in strijd met prudent governance-beleid, met name wanneer geen gedocumenteerde afweging heeft plaatsgevonden tussen financiële risico’s, klinische baten en wettelijke vereisten.
Sanctierisico’s wanneer digitale zorgsoftware componenten bevat van leveranciers in restrictieregio’s of landen onder embargo
Digitale zorgsoftware kan componenten, modules of onderliggende infrastructuur bevatten die afkomstig zijn van leveranciers gevestigd in regio’s die onderworpen zijn aan economische sancties of exportbeperkingen. Wanneer organisaties onbewust software-elementen implementeren die onder internationale sanctieregimes vallen, ontstaat een onmiddellijk risico op zware handhavingsmaatregelen. Dit geldt met name voor codebibliotheken, machine-learning-frameworks of cloudcomponenten die door ontwikkelaars zijn geïntegreerd zonder volledige transparantie over herkomst of eigendom. Deze indirecte blootstelling creëert een uiterst complexe compliance-situatie waarin zorginstellingen aansprakelijk kunnen worden gehouden voor sanctieschendingen zonder dat zij rechtstreeks met de betrokken leverancier hebben gecontracteerd.
Sanctierisico’s worden verder versterkt doordat digitale zorgtoepassingen vaak afhankelijk zijn van third-party API’s, cryptografische modules en dataverwerkingsdiensten uit wereldwijde ecosystems. De grote hoeveelheid open-source componenten en gedistribueerde ontwikkelmodellen vergroot de kans dat onderdelen afkomstig zijn uit jurisdicties die onder export- of veiligheidsrestricties vallen. Wanneer zulke componenten worden toegepast binnen systemen die klinische gegevens verwerken, ontstaat niet alleen blootstelling aan financiële sancties maar ook aan maatregelen die verband houden met dataveiligheid en bescherming van kritieke infrastructuren.
Een extra risicodimensie is dat sanctieregels kunnen wijzigen gedurende de lifecycle van een digitaal systeem, waardoor voorheen toegestane leveranciers plotseling onder nieuwe restricties vallen. In dergelijke gevallen wordt van organisaties verwacht dat zij proactieve monitoring uitvoeren en contractuele waarborgen opnemen die leveranciers verplichten tot volledige transparantie over geografische, technische en eigendomsgerelateerde aspecten van hun ketens. Het ontbreken van dergelijke waarborgen wordt beschouwd als een fundamentele governance-omissie die leidt tot aanzienlijke juridische, financiële en reputatierisico’s.
Governance-verplichting tot diepgaande validatie en risicoanalyse van digitale klinische systemen en software
Digitale klinische systemen vereisen validatie- en verificatiekaders die verder reiken dan traditionele kwaliteitscontrole binnen IT-beheer. De governance-verplichting omvat het borgen dat systemen betrouwbaar functioneren onder alle klinisch relevante omstandigheden, waarbij nauwkeurigheid, veiligheid en betrouwbaarheid van algoritmische processen doorlopend worden gemonitord. Onvoldoende validatie kan ertoe leiden dat digitale instrumenten klinische beslissingen beïnvloeden op basis van incomplete, vertekende of technisch onjuiste informatie, hetgeen direct raakt aan de zorgplicht en aansprakelijkheidspositie van de organisatie.
Het risico neemt toe wanneer software dynamisch wordt geüpdatet, gebruikmaakt van zelflerende algoritmen of afhankelijk is van externe datastromen, waardoor de functionele eigenschappen van het systeem kunnen wijzigen zonder dat dit zichtbaar is voor klinische gebruikers. Governance-structuren moeten daarom anticiperen op ‘model drift’, waarbij algoritmen in de loop van de tijd afwijkende resultaten genereren als gevolg van veranderende datapatronen. Zonder regelmatige herkalibratie, documentatie en onafhankelijke validatie ontstaat een substantiële non-compliance-exposure onder zowel de MDR als de AI Act, die expliciete verplichtingen stellen ten aanzien van transparantie, risicoanalyse en post-market surveillance.
Een derde governance-dimensie betreft de integratie van validatieprocedures binnen de bredere besluitvormingsarchitectuur van de organisatie. Digitale klinische systemen raken immers niet alleen technische processen, maar ook ethische en juridische verantwoordelijkheden. Governance-modellen moeten daarom multidisciplinaire toetsingsmechanismen waarborgen waarin klinische expertise, juridische compliance, dataveiligheid en risicobeheer samenkomen. Het ontbreken van dergelijke geïntegreerde structuren vergroot de kans op toezichthouderinterventies, civiele aansprakelijkheidsclaims en reputatieschade wanneer systemen niet voldoen aan vastgestelde normen voor klinische veiligheid en betrouwbaarheid.
Contractuele exposure bij falen van telehealth-platforms die impact hebben op patiëntveiligheid en zorgkwaliteit
Telehealth-platforms vormen een kritische component binnen digitale zorgverlening, waarbij continuïteit, betrouwbaarheid en klinische nauwkeurigheid direct samenhangen met patiëntveiligheid. Wanneer een telehealth-systeem faalt door technische storingen, vertragingen in gegevensoverdracht of instabiliteit binnen digitale consultomgevingen, ontstaat een substantiële contractuele exposure. Zorgaanbieders worden in dergelijke situaties geconfronteerd met claims die voortkomen uit onderbrekingen in zorgcontinuïteit, gemiste diagnoses, vertraagde interventies of verlies van medische gegevens. Dergelijke claims richten zich veelal niet alleen op de zorgaanbieder, maar ook op de leverancier, waardoor de kwaliteit van contractuele risicoallocatie bepalend wordt voor de uiteindelijke aansprakelijkheidsomvang. Contracten die onvoldoende voorzien in garanties, service-level-verplichtingen, monitoringmechanismen en escalatieprotocollen leiden al snel tot langdurige geschillen die zowel de financiële stabiliteit als de operationele veerkracht aantasten.
De complexiteit wordt vergroot doordat telehealth-platforms doorgaans zijn geïntegreerd met elektronische patiëntendossiers, medische apparatuur en klinische beslissingsondersteunende systemen. Hierdoor ontstaat een verweven digitale infrastructuur waarbij fouten in één component zich snel kunnen verspreiden binnen de gehele zorgketen. Contractuele documentatie dient daarom niet alleen functionele vereisten te omvatten, maar ook interoperabiliteitsrisico’s en ketenaansprakelijkheid. Ontbreken dergelijke contractuele afspraken, dan worden zorginstellingen blootgesteld aan aanzienlijke juridische onzekerheid. Dit risico is bijzonder groot wanneer systemen niet voldoen aan de eisen uit de AVG, de MDR of de AI Act, waardoor toezichthouders aanvullende maatregelen kunnen opleggen. Het ontbreken van contractuele waarborgen inzake dataveiligheid, foutdetectie en incidentrespons vergroot de kans op complexe, multidisciplinaire claims aanzienlijk.
Een structureel risico ontstaat wanneer leveranciers via contractuele voorwaarden proberen hun aansprakelijkheid op oneigenlijke wijze te beperken, bijvoorbeeld door garanties te minimaliseren of aansprakelijkheid uitsluitend te koppelen aan directe schade. In een zorgcontext, waar immateriële schade, ketenschade en gevolgschade veelvuldig voorkomen, zijn dergelijke beperkingen juridisch kwetsbaar en operationeel problematisch. Governance-structuren verwachten daarom dat zorginstellingen geavanceerde contractonderhandelingen voeren waarbij verplichtingen rond transparantie, voortdurende softwarevalidatie en externe auditrechten expliciet worden vastgelegd. Wanneer dit achterwege blijft, neemt de kans toe dat een organisatie in een geschil- of claimprocedure wordt geacht onvoldoende zorgvuldigheid te hebben betracht bij het inrichten van haar telehealth-contracten.
Reputatie-erosie bij incidenten met foutieve AI-diagnostiek of privacy-incidenten
Foutieve AI-diagnostiek kan leiden tot aanzienlijke reputatie-erosie wanneer uitkomsten worden gepresenteerd als klinisch betrouwbaar terwijl de onderliggende algoritmen onvoldoende zijn gevalideerd. Incidenten waarbij een AI-systeem onjuiste diagnoseadviezen verstrekt, roepen onmiddellijk twijfels op over de kwaliteit van zorg, de integriteit van digitale processen en de governance-cultuur van de betrokken organisatie. In de publieke perceptie wordt een dergelijk incident vaak gezien als een signaal van tekortschietend toezicht op AI-toepassingen, waardoor het vertrouwen van patiënten, verwijzers en toezichthouders substantieel kan afnemen. Reputatieherstel vereist doorgaans langdurige en omvangrijke communicatie-inspanningen, externe validaties en correctieve maatregelen, waarvan de impact ver reikt voorbij het initiële incident.
Privacy-incidenten binnen digitale zorgomgevingen veroorzaken eveneens directe reputatieschade. Wanneer medische gegevens worden blootgesteld door datalekken, ongeautoriseerde toegang of algoritmische verwerking zonder rechtsgeldige grondslag, ontstaat een beeld van structurele non-compliance met de AVG. In een sector waarin vertrouwelijkheid en gegevensbeveiliging cruciaal zijn, kan één enkel incident een blijvende perceptie van kwetsbaarheid creëren. Deze perceptie wordt versterkt door de gevoeligheid van gezondheidsgegevens en de verplichting tot transparante communicatie richting betrokkenen en toezichthouders, waardoor het incident langdurig in de maatschappelijke aandacht blijft.
Een aanvullende dimensie van reputatierisico betreft de externe zichtbaarheid van digitale infrastructuren. Incidenten verspreiden zich snel via sociale media, traditionele pers en professionele netwerken, waardoor organisaties worden gedwongen binnen korte tijd overtuigende herstelmaatregelen te presenteren. Indien deze maatregelen onvoldoende overtuigen, ontstaat een cumulatief reputatierisico met directe gevolgen voor strategische partnerschappen, klinische samenwerkingen en de mogelijkheid om verdere digitale innovaties te implementeren. Governance-structuren vereisen daarom dat reputatiemanagement niet wordt benaderd als een louter communicatieve aangelegenheid, maar als een integraal onderdeel van de risicobeheersingsstrategie rondom digitale zorgsystemen.
Operationele afhankelijkheid van data- en platformintegriteit bij digitale zorgtoepassingen
Digitale zorgtoepassingen functioneren binnen een ecosysteem waarin data-integriteit en platformstabiliteit essentieel zijn voor klinische betrouwbaarheid. Operationele afhankelijkheid ontstaat wanneer zorgprocessen worden ingericht rond digitale workflows die gegevens ononderbroken moeten verwerken, synchroniseren en presenteren. Worden deze datastromen beïnvloed door fouten in opslag, encryptie, netwerkcommunicatie of algoritmische verwerking, dan heeft dit onmiddellijk impact op klinische besluitvorming. Deze afhankelijkheid creëert een omgeving waarin relatief kleine technische afwijkingen kunnen escaleren tot ingrijpende zorgonderbrekingen, met zowel operationele als juridische risico’s tot gevolg.
De complexiteit van data-integriteit neemt toe door het gebruik van gedistribueerde infrastructuren, cloud-gebaseerde systemen en geïntegreerde third-party-componenten binnen digitale zorgplatforms. Binnen dergelijke structuren kan een fout of kwetsbaarheid in één component zich snel verspreiden naar andere onderdelen, waardoor detectie en herstel substantieel worden bemoeilijkt. Een organisatie die onvoldoende monitoringmechanismen en integriteitscontroles toepast, wordt geconfronteerd met een verhoogd operationeel risicoprofiel, mede doordat de zichtbaarheid op onderliggende technische processen beperkt is. Dit resulteert in een structurele mismatch tussen de klinische vereisten enerzijds en de technische robuustheid van het platform anderzijds.
Operationele afhankelijkheid kan bovendien leiden tot continuïteitsrisico’s wanneer leveranciers wijzigingen doorvoeren in softwarearchitectuur, updates uitrollen of functionaliteiten beëindigen zonder voorafgaande governance-toetsing of impactanalyse. Dergelijke wijzigingen kunnen onverwachte verstoringen veroorzaken die klinische workflows direct beïnvloeden. Governance-structuren vereisen daarom contractuele verplichtingen inzake transparantie, wijzigingscontrole en tijdgebonden communicatie, zodat zorginstellingen tijdig mitigatiemaatregelen kunnen nemen. Het ontbreken van dergelijke verplichtingen resulteert in een operationeel risicoprofiel dat onverenigbaar is met de normen voor veilige digitale zorgverlening.
Regulatory risico’s onder MDR, AI Act en AVG bij non-compliance met wet- en regelgeving
Digitale zorgtechnologie opereert binnen een juridisch kader dat zowel complex is als voortdurend in ontwikkeling. De MDR stelt omvangrijke eisen aan klinische veiligheid, technische documentatie, post-market surveillance en traceerbaarheid van medische software. AI-systemen die binnen de AI Act worden aangemerkt als high-risk, moeten daarnaast voldoen aan verplichtingen op het gebied van transparantie, datakwaliteit, algoritmische uitlegbaarheid en risicomanagement. Wanneer organisaties onvoldoende governance-structuren implementeren om aan deze cumulatieve eisen te voldoen, ontstaat een aanzienlijke regulatory exposure die varieert van handhavingsmaatregelen tot civielrechtelijke aansprakelijkheid.
De AVG vormt een aanvullende en overkoepelende norm die de rechtmatigheid, proportionaliteit en beveiliging van alle verwerkingen van persoonsgegevens reguleert. Digitale zorgtoepassingen verwerken vrijwel altijd bijzondere persoonsgegevens, waardoor de nalevingsvereisten verder worden verzwaard. Non-compliance — bijvoorbeeld doordat toestemming ontoereikend is, dataminimalisatie niet wordt toegepast, beveiligingsmaatregelen onvoldoende zijn of transparantie ontbreekt — kan leiden tot aanzienlijke boetes en ingrijpende herstelmaatregelen. Toezichthouders leggen daarbij een sterke nadruk op accountability, hetgeen betekent dat organisaties aantoonbaar moeten kunnen maken dat alle technische en organisatorische maatregelen adequaat zijn ingericht en onderhouden.
Een bijzonder risico ontstaat door mogelijke inconsistenties tussen deze regelgevingskaders. Denk aan situaties waarin MDR-vereisten botsen met de dataminimalisatieplicht onder de AVG, of waarin AI-systemen functionaliteiten bevatten die buiten de oorspronkelijke MDR-kwalificatie vallen. Governance-structuren moeten daarom beschikken over multidisciplinaire interpretatiecapaciteit om deze regimes te kunnen harmoniseren. Ontbreekt deze capaciteit, dan bestaat het risico dat compliance-problemen onopgemerkt blijven totdat zij zich manifesteren in handhavingsacties, markttoezichtprocedures of juridische escalaties.
Strategische noodzaak voor multidisciplinaire digital governance binnen de zorgsector
Digitale zorgtransformatie vereist een governance-benadering die de traditionele silo’s tussen klinische disciplines, IT-afdelingen, juridische functies en risicomanagement overstijgt. Een multidisciplinaire governance-structuur is essentieel om te waarborgen dat digitale systemen niet alleen technisch adequaat functioneren, maar tevens voldoen aan ethische, juridische en klinische normen. Binnen een dergelijke structuur profiteren besluitvormingsprocessen van diverse expertisegebieden, waardoor risico’s eerder worden geïdentificeerd, beter worden geduid en effectiever worden gemitigeerd. Dit vormt een fundament voor duurzame en verantwoordelijke digitale innovatie.
De strategische noodzaak voor multidisciplinaire governance wordt verder versterkt door de toenemende complexiteit van AI-gedreven zorgtoepassingen. Deze systemen genereren uitkomsten die voor eindgebruikers vaak slechts beperkt inzichtelijk zijn, waardoor onafhankelijke toetsing noodzakelijk is om te beoordelen of algoritmische processen voldoen aan vereisten van uitlegbaarheid, betrouwbaarheid en non-discriminatie. Multidisciplinaire governance voorkomt dat dergelijke toetsingen worden gedomineerd door één perspectief en zorgt voor een geïntegreerd beoordelingskader waarin technologische, juridische en klinische waarden samenkomen. Hierdoor ontstaat grotere weerbaarheid tegen regulatoire veranderingen, publieke kritiek en technologische incidenten.
Een derde strategische dimensie betreft het vermogen van organisaties om met behulp van multidisciplinaire governance proactief toekomstige risico’s te identificeren. Digitale zorgtoepassingen evolueren snel, en zonder een adaptief governance-model ontstaat het risico dat nieuwe dreigingen zich sneller ontwikkelen dan de structuur die bedoeld is om deze te beheersen. Multidisciplinaire governance maakt het mogelijk om trends vroegtijdig te signaleren, scenario-analyses uit te voeren en beleidsmaatregelen te formuleren die organisaties voorbereiden op zowel technologische als juridische ontwikkelingen. Dit draagt direct bij aan de veerkracht, legitimiteit en strategische positionering van zorginstellingen binnen een steeds digitaler wordende zorgomgeving.
