Integrated Financial Crime Risk Management
Binnen Geïntegreerd beheer van Financial Crime-risico’s is Integrated Financial Crime Risk Management geen afzonderlijke compliance-laag, maar een manier om juridische, operationele en integriteitsrisico’s vanuit één samenhangend feiten- en risicobeeld te sturen. De inhoudelijke ankers in dit blok zijn Ondernemingsbrede governance van financieel-economische criminaliteitsrisico’s en doelbedrijfsmodel, Integratie van het drie-lijnenmodel, eigenaarschap, toezicht en onafhankelijke assurance en AML, CTF, KYC, UBO, herkomst van middelen en herkomst van vermogen. Voor “Ondernemingsbrede governance van financieel-economische criminaliteitsrisico’s en doelbedrijfsmodel” geldt het volgende. Hier moeten eigenaarschap, onafhankelijke tegenspraak, beslissingsbevoegdheden, escalatie en bestuurlijke informatie zó worden ingericht dat verantwoordelijkheden helder blijven en materiële besluiten later volledig kunnen worden gereconstrueerd.
Voor “Integratie van het drie-lijnenmodel, eigenaarschap, toezicht en onafhankelijke assurance” geldt het volgende. Hier verschuift de aandacht van het constateren van tekortkomingen naar oorzakenanalyse, aantoonbaar herstel, onafhankelijke validatie, duurzame borging en managementinformatie over restrisico en effectiviteit. Voor “AML, CTF, KYC, UBO, herkomst van middelen en herkomst van vermogen” geldt het volgende. Hier draait de beoordeling om betrouwbare identificatie, inzicht in eigendom en zeggenschap, herkomst van middelen en vermogen, risicoclassificatie, periodieke herbeoordeling en een aantoonbare onderbouwing van acceptatie-, beperkings- of exitbesluiten.
Voor dit praktijkgebied betekent dit dat signalen uit bedrijfsvoering, juridische functie, compliance, financiën, data, technologie en onderzoek niet naast elkaar mogen blijven bestaan wanneer zij op dezelfde klant, transactie, derde partij, gebeurtenis of beslissing betrekking hebben. De kwaliteit van de beheersing wordt daarom niet afgemeten aan het aantal afzonderlijke controles, maar aan de vraag of materiële blootstelling tijdig wordt herkend, eigenaarschap helder is en beslissingen steunen op voldoende feiten en bewijs.