Integrated Financial Crime Risk Management
Binnen Technologie en software is Integrated Financial Crime Risk Management geen afzonderlijke compliance-laag, maar een manier om juridische, operationele en integriteitsrisico’s vanuit één samenhangend feiten- en risicobeeld te sturen. De inhoudelijke ankers in dit blok zijn Technologiegovernance, integratie van het drie-lijnenmodel en verantwoordelijkheid voor digitale risico’s, Klantintegriteit, productmisbruik en technologiegedreven financieel-economische criminaliteit en Cybersecurity, insiderdreiging, inloggegevens en toegangsgovernance. Voor “Technologiegovernance, integratie van het drie-lijnenmodel en verantwoordelijkheid voor digitale risico’s” geldt het volgende. Hier zijn datakwaliteit, herleidbaarheid van data, toegangsbeheer, model- en cyberrisico, uitlegbaarheid, logging en digitale bewijsintegriteit bepalend voor zowel de operationele werking als de latere juridische verdedigbaarheid.
Voor “Klantintegriteit, productmisbruik en technologiegedreven financieel-economische criminaliteit” geldt het volgende. Hier draait de beoordeling om betrouwbare identificatie, inzicht in eigendom en zeggenschap, herkomst van middelen en vermogen, risicoclassificatie, periodieke herbeoordeling en een aantoonbare onderbouwing van acceptatie-, beperkings- of exitbesluiten. Voor “Cybersecurity, insiderdreiging, inloggegevens en toegangsgovernance” geldt het volgende. Hier zijn datakwaliteit, herleidbaarheid van data, toegangsbeheer, model- en cyberrisico, uitlegbaarheid, logging en digitale bewijsintegriteit bepalend voor zowel de operationele werking als de latere juridische verdedigbaarheid.
Voor deze marktsector betekent dit dat signalen uit bedrijfsvoering, juridische functie, compliance, financiën, data, technologie en onderzoek niet naast elkaar mogen blijven bestaan wanneer zij op dezelfde klant, transactie, derde partij, gebeurtenis of beslissing betrekking hebben. De kwaliteit van de beheersing wordt daarom niet afgemeten aan het aantal afzonderlijke controles, maar aan de vraag of materiële blootstelling tijdig wordt herkend, eigenaarschap helder is en beslissingen steunen op voldoende feiten en bewijs.